dinsdag 15 februari 2022

eind-essay academische vaardigheden 1 - 14-2-22 : TRASH TV

 


Televisie speelde altijd al een grote rol in mijn leven. Een groot deel van mijn familie werkt al zo lang ik me kan herinneren ergens in de televisiewereld. ‘s Avonds na het eten zaten we dus ook vaak op de bank, je raad het al, televisie te kijken. Het NOS journaal, De Wereld Draait Door, Boer Zoekt Vrouw, Wie is de Mol, Zomergasten en zo kan ik nog wel even door gaan; van alles kwam bij ons thuis voorbij. Pas toen ik wat ouder werd begon het mij op te vallen dat we een bepaald nummer in de zenderlijst nooit voorbij gingen en dat mijn familie altijd naar Hilversum op weg was. Linda de Mol kwam op onze televisie niet vaak voorbij. 


Zelfs op de middelbare school werd mij geleerd (Honour & Fleming, 2009) dat de publieke omroep leerzaam was en de commerciële zenders enkel puur vermaak uitzenden. Dit nam ik dus ook maar aan. Totdat in een zoektocht naar vermaak in rampjaar 2020 er een nieuwe wereld voor mij openging. Reality-televisie bood mij afleiding en entertainment wanneer ik dit nodig had. Toch voelde het alsof ik iets deed wat eigenlijk niet mocht doen als welbelezen universiteitsstudent. Steeds meer begon ik me af te vragen op welke manier er wordt neergekeken op de commerciële omroep en of dat een probleem zou kunnen zijn. In dit essay ga ik deze vraag proberen te beantwoorden door cultuur-hiërarchie te onderzoeken met de hulp van Bourdieu en vervolgens het begrip guilty pleasure kritisch te bekijken. 


In mijn lessen kunstgeschiedenis op de middelbare school werd mij al het onderscheid tussen highbrow en lowbrow cultuur aangeleerd. Highbrow was overduidelijk de superieure kant van het verhaal. Dat was cultuur voor de intellectuelen die net zoals ik in de VWO-kunstklas hadden gezeten. Lowbrow stond hier lijnrecht tegenover met inhoud voor mensen met weinig smaak of intellectuele interesse, zoals gedefinieerd door Merriam Webster (‘Lowbrow’, z.d.). Klassieke muziek is bijvoorbeeld highbrow en dus goed en intellectueel. Op YouTube zijn eindeloos veel ‘Genius Baby’ afspeellijsten (Genius Baby, 2015) te vinden die beweren dat klassieke muziek het IQ van je kind zou verhogen. Maar het valt te betwijfelen of mensen je net zo snel zouden geloven als je ze vertelt dat lowbrow rap muziek hetzelfde effect heeft. Daar naar luisteren is dus minder ‘goed’. Of het nou bewust is of niet, aan cultuur worden zo heel makkelijk waardeoordelen verbonden. 


Volgens Bourdieu (1984) behouden de dominante klassen hun positie binnen de samenleving onder andere door een onderscheid te creëren tussen verschillende vormen van cultuur. Zij houden zich bezig met klassieke muziek, literatuur en intellectuele televisieprogramma’s. Door ver weg te blijven van de door hun bestempelde ‘minderwaardige’ en dus ‘slechte’ cultuur omheinen ze hun smaak om deze veilig en vast te stellen als superieur. Omdat de elite zich nu in het superieure cultuur segment bevindt bevestigt dit hun dominante status (Lamont & Molnár, 2002). Precies het patroon wat ik herkende op mijn rijke, witte basisschool. Het was daar in veel huishoudens de regel dat er alleen maar naar Nederland 3 gekeken mocht worden. Wat een feest was het dan ook wanneer je bij iemand ging spelen die wél Disney Channel of Nickelodeon mocht kijken. Op deze manier hebben je ouders, wie zij zijn en wat zij vinden van bepaalde vormen van cultuur een gigantische invloed op de cultuur die je als kind consumeert.  


Dat betekent in dit geval dat kinderen die op dezelfde school in dezelfde klas zitten verschillende soorten cultureel kapitaal meekrijgen vanuit huis. Bourdieu beschrijft dit als de volgende stap nadat economisch kapitaal is vergaard; economisch kapitaal in de ene generatie leidt tot cultureel kapitaal in de volgende. Dit nieuw behaalde culturele kapitaal wat aansluit op dat van de elite zorgt vervolgens er weer voor dat hoge posities kunnen worden behaald en het economische kapitaal kan worden behouden (Bennett & Silva, 2011). Cultureel kapitaal is dus voor een groot deel erfelijk bepaald. 


Dit vormt een probleem wanneer dit culturele kapitaal en behaalde merits door elkaar worden gehaald. Dat iemand vanavond naar Op1 kijkt betekent niet dat diegene intelligenter is dan iemand die naar Goede Tijden Slechte Tijden zappt. Wanneer dit wel het idee is dat een groot deel van de samenleving heeft, betekent dit dat de sociale ladder naar dominante posities in de samenleving makkelijker te beklimmen is voor de Nederland 3 kinderen (Littler, 2017) en wordt ongelijkheid binnen de samenleving verder vergroot. 


Alleen leidt kijken naar als minderwaardig bestempelde televisie niet altijd naar een afschuiving op de sociale ladder, want natuurlijk kijkt een groot deel van de zogenaamde elite óók wel eens naar Temptation Island. De programma’s krijgen dan wel een nieuwe naam: guilty pleasures. Door meteen toe te geven dat jij als kijker bewust bent van het minderwaardige imago van het programma wordt het zeer ervan verzacht. Toegeven dat iemand zich eigenlijk te goed voelt voor het programma in kwestie bevestigt namelijk hun eigen superioriteitsgevoel (McCoy & Scarborough, 2014). Hierdoor wordt het voor de elite mogelijk alle kanten van het mediapark te consumeren terwijl hun superieure positie ongeschaad blijft. Meerdere onderzoeken bevestigen dat ‘lowbrow entertainment’ gunstig is voor stress  verlichting en ontspanning (Nabi, Pérez Torres, & Prestin, 2017), veelbelovend voor alle lagen van de samenleving. Ondanks blijft het negatieve imago hardnekkig plakken. 


Concluderend heeft dit negatieve imago ook negatieve gevolgen. Verschillende huishoudens kunnen een identieke avond SBS6 op de planning hebben staan maar afhankelijk van hun sociale posities kunnen er totaal verschillende consequenties aan vast zitten. Voor de elite betekent dit dat hun hoge sociale positie bevestigd wordt. Voor de rest van de samenleving kan het betekenen dat hun sociale positie en/of die van hun kinderen negatief wordt beïnvloed. Op deze manier hebben vooroordelen over de commerciële omroep een onverwachte invloed op ongelijkheid en de reproductie van ongelijkheid. Ik denk dat het tijd is dat we proberen entertainment te bekijken vanuit een neutraal perspectief. Het is natuurlijk hartstikke leuk als je iets kan leren door televisie te kijken, maar niet alleen expliciet educatieve of intellectuele programma’s zijn leerzaam. Zo heb ik tijdens verschillende lockdowns via reality tv een hoop geleerd over hoe mensen zich gedragen wanneer er een camera op hun wordt gericht. Kennis die ook nog eens regelrecht aansluit bij mijn sociaalwetenschappelijke studie. Daarnaast is het idee dat al onze tijd nuttig moet worden besteed eentje wat we eerder moeten willen tegengaan dan promoten. Denk daarom de volgende keer als je een programma bestempeld als trash tv of guilty pleasure nog een keer na waarom je eigenlijk die behoefte hebt om dat stickertje erop te plakken. 



  







Referenties


Bennett, T., & Silva, E. (2011). Introduction: Cultural capital—Histories, limits, prospects. Poetics, 39(6), 427–443. https://doi.org/10.1016/j.poetic.2011.09.008 

Bourdieu, P., & Nice, R. (1984). Distinction. Amsterdam, Nederland: Amsterdam University Press.

Genius Baby. (2015, 13 januari). [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=7l5hgi5ksAY 

Honour, H., & Fleming, J. (2009). Algemene kunstgeschiedenis / druk 16. Meulenhoff.

Littler, J. (2017). Against Meritocracy: Culture, power and myths of mobility (1ste editie). Londen, Verenigd Koninkrijk: Routledge.

McCoy, C. A., & Scarborough, R. C. (2014). Watching “bad” television: Ironic consumption, camp, and guilty pleasures. Poetics, 47, 41–59. https://doi.org/10.1016/j.poetic.2014.10.003 

Nabi, R. L., Pérez Torres, D., & Prestin, A. (2017). Guilty Pleasure No More. Journal of Media Psychology, 29(3), 126–136. https://doi.org/10.1027/1864-1105/a000223 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Amsterdam's Gezicht - Eindessay Mensenmaatschappij 3-2-22

Wanneer je iemand over de Zeedijk ziet lopen met een I Amsterdam hoodie of shirt met wietbladeren-print weet je al snel hoe laat het is. Maa...